Sporen
Al wat je bent een moment
een aardkundige tijding
nooit ga je spoorslags
en voetstoots sporadisch
wat grondig verdwijnt laat
zich in omwegen vinden
tredend in weefsels
van uitleg
het spoor dat je volgt van
verkleuring en as
oor dat je wel of niet leende
blik die wel of niet aankwam
al wat je nalaat
is de mond op het glas.
T.g.v. Open Monumentendag, 13 sept. 2008
Opgenomen in Wout Smit - Het leven in en om de Stelling van Den Helder, uitg. Gemeente Den Helder
***
Merelnest
Een gedicht schrijven zoals een merel
zijn nest bouwt. Hij voelt dat het tijd wordt
maar weet niet waarvoor, er is een drang
maar waarnaar, heeft meteen al zijn bek
vol, begint zonder weet van voor het eerst
of het laatst, de viburnum een plaats
waarin je je heel goed kunt vinden.
Hem gaan helpen met reepjes katoen,
eindjes touw, wat hij allemaal wel wou,
maar liever dan watten nam hij het mos
uit de dakgoot waarmee hij razendsnel
aanvloog en in zijn beschutting verdween.
Zonder vloek of zucht hem zien werken
aan wat hem volmaakte: het nodige
nest en zoveel onzichtbaarheid
als je je daarin mag wensen.
***
Zomaar een dag
Opgestaan.
De ander laten liggen.
Gordijnen dichtgelaten.
Deuren van slot gedaan.
Met radio en verwarming aan
de dag op weg geholpen.
Thee gezet. Ontbeten. De krant
gelezen, twee puzzels opgelost.
Een anonieme oproep neergelegd.
Samen koffie gedronken.
In de badkamer de tijd genomen.
Aangekleed. Nog eens de krant gepakt.
Niets wat van belang was gebeurde
voor het eerst of voor het laatst
op de dag waarop alles eindigde
alsof er nooit wat begon.
***
Bezwaren tegen het ik
Omdat het te klein is schuw
zich niet schuilhoudt steigerend
stokpaard dat met het hoofd
in de wolken slechts zichzelf berijdt
omdat het torenhoog opspeelt
alleen in eigen sop gaarkookt
van vlees en bloed lichaam wil zijn
een ander maar niets dan zichzelf
omdat het zich schaamt om wat
het niet aanricht verstrakt waar
het plooien wil maar mondjesmaat
twijfelt en vlucht voor wat aankomt.
Zoveel als het aan hen moet ontlenen
die het dagelijks in spiegels ontmoet.
***
Voorlichting
Dat het vlees beter is dan de benen was
de enige grap die ik me van mijn vader herinner.
Dat het ook de enige voorlichting was die hij gaf
besefte ik pas later. Het was genoeg.
Maar als op zondagavond tante vaste visite
al na het eerste glaasje haar knellende
schoenen uitschopte, haar pootjes kuit en dij
onder haar rok trok en bij het aangeboden plakje
metworst vroeg of deze volgende week
ook weer zo fijn gecutterd zou worden,
begreep ik niet waarom niemand lachte
en vader zijn gezicht van oorwurm trok.
***
Toeval
26 oktober 2007
Jeanne
Begin deze week, tegen elven, we zaten
achter aan tafel, lazen de krant, schrokken
we op van een venijnige tik tegen het raam.
Een lijster, dachten we nog in een flits
gezien te hebben, maar buiten viel hij
niet te vinden, hij leek genadig te zijn
vrijgekomen met de schrik. Alleen wat
veertjes die resteerden in een vlek.
Drie dagen later, zelfde tijd, was er in huis
een geluid dat niet viel thuis te brengen -
geen post die op de deurmat viel,
geen deur die boven dichtsloeg.
Maar met de boodschap van je dood
zagen we in de voortuin op haar zij
de merel die zich daar stukgevlogen had.
Geaarzeld. Opgepakt. In een krant
gewikkeld en in de compostbak bijgezet.
Toen ook de vogel achter weggeblazen.
Het raam met tissues schoongemaakt.
***
Spookdiertje
Tarsius spectrum
Hoe dierlijk kun je zijn?
Egel die zich afwerend oprolt,
mol die zich rot rent, ondergronds
zijn gang gaat, ook dood
nooit boven water komt?
Er schuilt pas een beest in mij
als ik een ons weeg en meer oog
dan hersens uitsluitend nog
als nachtdier leef, schrik
van reptielen, schorpioenen.
Klamp me liefst vast aan sterke
stam, spring verder dan ik kan,
leef solitair in kleine groep
voor mensen nauwelijks bang.
Maak weinig geluid, paar met zacht
gepiep en als dat klaar is wordt
er negen maanden vol gedragen.
Word niet bedreigd. Nog niet.
Noordhollands Dagblad, 4 okt. 2007
Werelddierendag
***
Papaver rhoeas
Zeventienduizend zaden produceert
de grote of gewone papaver per plant.
Rustig kunnen talloze daarvan een eeuw
of langer in de bodem overleven om na
verstoring van de grond waardoor ze eindelijk
het licht ontvingen toch nog tot bloei te komen.
Geen weet van welk wachten ook maar
omhoog gebracht, in welke zin ontkiemd.
In Vlaanderen telt men ze met miljoenen
in onze tuin verrassen er een stuk of tien.
***
De hoed van Breitner
Nicolaas Wijnberg,
22-11-1918
- 11-06-2006
Op de muur boven Wijnbergs Breitnerlitho
(1990, nr. 27/300) liep een wollig spinnetje
zo ongeveer de route van de hoed,
vanaf de Walvis via het Kodakboxje
waarachter de schilder zelf
nog staat naar rechts.
Precies boven het brutale steile schaamhaar
van het kouwelijk model - kijk mamma
nu toch eens - vond het een week na
Weinbergs dood tussen duim
en wijsvinger zijn einde.
***
Geen droom
Je staat waar je moet staan
de buitenplaats je binnenplaats.
Op ooghoogte draag je het hart
dat zichtbaar is voor wie dat weet
die niet vergeten wil dat J.J. L.
hier ooit iets deed met D.M. Z.
althans dat graag probeerde.
Zo wilde je wel aangetast als
bast waarop het leven vat heeft.
Het bleef bij een - geen droom
die je kon houden. Straks:
gekapt, verhakt, vermalen.
Doodsnood een stroom
waartegen je niet langer opgroeit.
uit: Kastanjegedichten, uitg. Passage, Groningen 2006